Inloggen   |   Design & Development - Jeroen Stiers
Op 17 april 1992 omstreeks 15u20 werd ik in het Heilig Hart Ziekenhuis in Leuven geboren. Met mijn 52 cm en mijn 4.120 kg was ik best een klepper. Ik weende hele dagen door en zweeg alleen als ik sliep, maar gelukkig voor mijn ouders sliep ik dan ook zeer veel. Ik was 'nen hevige' zoals ze wel eens zeggen en met veel spelen en ravotten ging mijn peutertijd voorbij.

Eén van dé momenten van de peutertijd was wel het leren fietsen zonder wieltjes, want met zijwieltjes vond ik er maar niks aan. Op verkiezingszondag 21 mei 1995 was het zover: we woonden toen in Boutersem aan de voet van een helling, en we zouden eerste een eindje omhoog stappen naar het chiro pleintje even verderop om daar te leren fietsen. Maar voor mij was dit te lang wachten en nog voor we boven waren, reed ik al zonder steunwieltjes rond! Toen ik 5 jaar was, kreeg ik met Sinterklaas een nieuwe fiets cadeau, nog wel geen echte mountainbike of koersfiets, maar ik was er al super tevreden mee. Ik ging dan ook wel eens mountainbiken met mijn papa: kleding kreeg ik van mijn nonkel die een chocoladewinkel heeft en zijn eigen uitrusting had laten maken en met mijn stadsfietsje weet ik nog goed dat voorbijrijdende bikers mij aanmoedigden en me soms ook wel eens duwden.

Een jaar later kreeg ik opnieuw een fiets met Sinterklaas, maar deze keer was het wel een echte mountainbike, een knalgele MBK. Ik was er superfier op en nu zouden de andere tourrijders wel eens opkijken naar mij. Maar enkel mountainbiken op zondag en de rest van de week mijn ouders zot maken met mijn lawaai was ook niet alles. Daarom besloot ik mij op 9 jarige leeftijd in te schrijven in een rolschaatsclub. Vanwaar de interesse? Vermoedelijk omdat ik het geleerd had van mijn meter. Dus zo gezegd, zo gedaan. Tijdens de wedstrijdjes op training bracht ik het er altijd goed vanaf, en ik won ook wel eens. Met verliezen had ik het moeilijk, ik wou altijd winnen, ook bij de spelletjes die ik speelde met mijn zus. Na twee jaartjes was ik het rolschaatsen beu en wou iets anders gaan doen. Fietsen sprak me wel aan, maar in en rond Leuven was er nergens iets te vinden voor jonge wielrenners. Dan maar voor de tweede keus gegaan: atletiek. En we waren weer vertrokken, het lopen ging mij niet zo goed af, wat moeilijk was voor mijn winnaarsmentaliteit, maar desondanks deed ik het wel graag. Ik was 11 toen ik opnieuw uit mijn mtb gegroeid was en deze keer mocht ik zelf kiezen en het werd een zwart-witte Granville. Mijn papa was intussen links en rechts blijven informeren naar mogelijkheden voor jeugdwielrennen en wanneer uiteindelijk een collega op het werk toch een club in de buurt bleek te kennen, stopte ik met atletiek en begon te koersen. Zo kwam ik in de nazomer van 2003 bij Olympia Tienen terecht. De eerste ervaringen waren super en met een echte koersfiets rondrijden op het vliegveld was geweldig. Maar het wielerseizoen liep ten einde en ik besloot pas het volgende jaar te starten bij de 12-jarigen aspiranten.

Met de derdehands fiets die ik van de zoon van voorzitter Willem Peeters had gekocht en na de verplichte opleiding voor aspiranten begon ik aan mijn eerste wedstrijd van het seizoen in Zoutleeuw. Er waren 8 inschrijvingen en om 14u stonden we klaar aan de start, ik super nerveus natuurlijk. Ik geraakte nog niet zo snel in die rare klikpedalen, maar eens ik weg was, kon ik bij een groepje van drie aanpikken. Een ander groepje van drie was al weggereden. Na een paar ronden demarreerde ik uit mijn groepje weg op zoek naar de koplopers en na lang achtervolgen kon ik vooraan aansluiten, maar daar was de vogel al gaan vliegen. In de spurt voor de tweede plaats werd ik 2de, wat me een 3de plaats in het totaal opleverde. Jelle Cant won de wedstrijd. Maar wat een super begin, mijn eerste koers en al onmiddellijk op het podium! Het verdere seizoen verliep goed: ik kon mij altijd in de eerste pelotonhelft handhaven en ik stond zelfs nog een paar keer op het podium. Op het BK in Hoogstraten behaalde ik een prachtige 13e plaats in de wegrit die door toenmalige veelvraat Jelle Vlaeminck gewonnen werd.

Mijn tweede seizoen kwam eraan, dit keer bij de 13-jarigen aspiranten. Ik hoopte dat jaar voor het eerst eens te kunnen winnen en begon opnieuw in Zoutleeuw, alweer met een goed resultaat (2e). Het hele seizoen verliep super maar de overwinning bleef uit. Toch hoopte ik op het provinciaal kampioenschap die eerste zege in de wacht te slepen maar dat werd een kleine ontgoocheling: in de tijdrit strandde ik op 32" van de winnaar, en in de wegrit werd ik pas 3e. Maar op 21 augustus was het eindelijk zo ver: ik stond aan de start in Wemmel en voelde me super en na een 5 tal kilometer reed ik weg uit het peloton en kon alleen aankomen. Wat een ontlading, al was mijn eerste interview (zoals bij de meesten allicht) niet echt overtuigend...

Als aspirant probeerde ik ook altijd de andere wielerdisciplines (piste, cyclocross, mtb, ...) aan bod te laten komen komen maar bij de 14-jarigen was mijn voornaamste doelstelling toch om provinciaal kampioen op de weg worden. Zo pikte ik in de voorbereiding op het wegseizoen ook een cyclocross wedstrijd mee in Londerzeel die fungeerde als provinciaal kampioenschap, en omdat ik er als eerste Vlaams-Brabander eindigde, pakte ik al meteen de eerste titel van mijn carrière. Dat beloofde voor het komende wegseizoen! Ik bleef gedurende heel het seizoen constant presteren en op 2 juli kroonde ik mij tot provinciaal kampioen tijdrijden én wegrit, ik had dus zowaar de dubbel. Later op het seizoen was ik op het Vlaams kampioenschap in het zeer warme Aalst in topvorm en pakte er tegen alle verwachtingen een 3de plaats in de tijdrit. Dit gaf me motivatie om ook in de wegrit sterk te presteren. En zo werd ik 5de in de wegrit. Ook in het naseizoen bleef ik knap presteren met nog enkele overwinningen, maar meestal stuitte ik op een te sterke Toshoni Van Craen of Jorne Carolus, maar ik voelde mij klaar voor de overstap naar de nieuwelingen.

Met niet al te hoge verwachtingen begon ik met een oefenkoers in Vollezele waar ik direct 3de eindigde. Een week later won ik zowaar de tweede oefenkoers in Kapellen en nog veertien dagen later spurtte ik naar een 3de plaats in Brustem, een koers met 160 deelnemers die bovengemiddeld stond aangeschreven. Het jaar was dus super gestart voor mij: in de eerste vier weken altijd een podiumplaats, dat was geweldig. Het seizoen bleef goed verlopen en ik was dan ook dé titelkandidaat voor de provinciale trui bij de eerstejaars. Maar ondanks sterke benen viel ik door de mand en ik stond zelfs niet op het podium in Tielt-Winge. Die nederlaag werd later ruimschoots gecompenseerd door een provinciale titel in het mountainbiken en het tijdrijden (waarbij ik zelfs sneller was dan de beste tweedejaars) en een onvergetelijke Vlaamse titel bij de eerstejaars op de weg. Na vijf wedstrijden van de Beker van Vlaanderen was ik als beste eerstejaars geëindigd in het klassement en mocht daarvoor een prachtige leeuwen trui aantrekken in Denderwindeke. Mijn eerste overwinning van het seizoen pakte ik één dag na de zware Beker van België wedstrijd in Polleur, waar ik 14e was geëindigd. In Bierbeek-Bremt won ik de spurt van een groepje van zes. Het was een geweldige ontlading dat ik eindelijk de échte zege binnenhad, en dat op de verjaardag van mijn papa. Later op het seizoen won ik ook nog in Budingen en kreeg ik de kans van nationaal coach Rony Vanmarcke om mee te gaan naar Luxemburg op een internationale driedaagse. Ervaringen genoeg opgedaan dus. Op het einde van het seizoen kreeg ik dan ook aanbiedingen van Balen BC, DCM Vorselaar, CT Menen en DJ-Matic. Aanvankelijk was ik niet van plan te veranderen maar na het afhaken van mijn super ploegleider Johan Roekens, die een heel seizoen voor me klaar had gestaan, was er buiten de vriendschap met de renners niet veel meer wat me bond aan Tienen.

En zo besloot ik om in 2008 te koersen bij Bodysol-Lotto Cycling Team Menen en hoopte om ook daar mooie resultaten te rijden. Het seizoen kwam moeizaam op gang en de resultaten lieten wat op zich wachten. Het was dan ook al begin mei toen ik in een etappe van de Ridley Tour mijn eerste zege van het seizoen behaalde, een heuse “interclub” dan nog wel. Deze zege was een bevrijding en ik won nog vele malen, allemaal grote koersen. De apotheose van het seizoen was het BK in Hooglede-Gits. Na perfect ploegenspel kroonde ik mij tot Belgisch kampioen, een onvergetelijk moment. Ik mocht dan ook de rest van het seizoen in de tricolore trui rijden, een enorme fierheid straalt dan van je af. Ook won ik naast al die mooie interclubs twee ritternkoersen: de Ronde van Oost-Vlaanderen en de Vattenfall Young Cyclassics, een afwachtingsronde van de Vattenfall Cyclassics protour-wedstrijd.

Mijn eerste jaar als junior is zoals velen wel weten, eentje om nooit te vergeten! Na goede resultaten in zowel binnen- als buitenland al vroeg in het seizoen, was er de beloning met de WK-selectie waarvan ik voor het seizoen van droomde, en daaruit volgde de bekroning tot wereldkampioen in Moskou! Een trui die ik een heel jaar zou mogen showen als tweedejaarsjunior bij het Avia-team van Rik Devoogdt, de ploeg waar ik wegens meningsverschillen met de voorzitter van CT Menen naartoe zou trekken.

Mijn jaar als wereldkampioen was een schitterend jaar! Ik behaalde ondanks de “last“ van de trui zeer mooie overwinningen (o.a. Parijs-Roubaix) en speelde in alle wedstrijden een belangrijke rol! Ook mocht ik in augustus mijn titel gaan verdedigen in Offida (ITA) met een bronzen medaille als resultaat, waarmee ik de derde renner ooit werd die tweemaal achter elkaar een medaille wist te behalen in de WK wegrit. Laat in het seizoen besliste ik om bij de beloften uit te komen voor het Ovyta-Eijssen-Acrog team, waar ik Sean De Bie en Martijn Debaene terugvond, mijn maatjes van op het WK in Moskou.

Het eerste beloften-jaar werd een moeilijk jaar, ook door de hogere studies kinesitherapie die ik startte in Hasselt. Desondanks was ik bij periodes sterk op dreef en volgden de bijhorende mooie resultaten. Hoogtepunt was opnieuw Parijs-Roubaix, met een 2e plaats als eerstejaars. Op het einde van het jaar besloot ik om een stap hogerop te zetten en voor een avontuur te kiezen: Bontrager-Livestrong, de ploeg van Axel Merckx en Lance Armstrong!

De laatste twee jaren bij de beloften waren heel bijzonder, zowel op sportief als op persoonlijk vlak. Het grote avontuur in de States met Engels als voertaal en Axel Merckx aan het roer van de ploeg waren allemaal zaken waardoor en waarvan ik veel geleerd heb. Ik had de eer om Lance himself te ontmoeten en zelfs na zijn dopingperikelen vind ik hem als mens nog altijd geweldig! Het eerste jaar met Bontrager was wat aanpassen en de confrontaties met de profs in Californië en Utah waren hard maar leerrijk. Desalniettemin kon ik in GP de Wallonie op het einde van het jaar een heel mooie 7e plaats in de wacht slepen tussen de profs. Roubaix (door pech) en het WK in Valkenburg waren dan weer mijn grootste ontgoochelingen. Daarom maakte ik van "een heel jaar op topniveau presteren" mijn persoonlijke doelstelling voor het seizoen 2013. En ik denk toch dat ik mag zeggen dat ik daar met verve in geslaagd ben. Met heel wat overwinningen in etappes en zelfs rondewinst in Portugal, ereplaatsen bij de profs en nog andere sterke prestaties kon ik een profcontract tekenen bij het Trek worldtour team, de opvolger van Radioshack! Alles kan weer vanaf nul beginnen, maar ik ben alvast enorm gemotiveerd om er hard voor te blijven werken en mijn dromen waar te maken.